LEES EEN BOEK met Tatjana Alumuli

RNI-Films-IMG-4673C140-3364-4B08-85BC-0E1E008B819D.JPG


Tatjana Almuli debuteerde in april met haar boek Knap voor een dik meisje en duikt sindsdien overal op in de media; ter promotie van haar pas verschenen boek, maar ook om tegengeluid te geven na uitspraken van ignorante televisiepresentatrices over de plus-size mannequins en sportleggings van Nike.

In mei stuurde Tatjana me een mail, ze werkte toentertijd op de Marketing & PR afdeling van uitgeverij Rainbow en vroeg of ik de heruitgave van een boek wilde ontvangen. Ik herkende haar naam van een aanbiedingsfolder van uitgeverij Nijgh en Ditmar, die ik een paar maanden eerder had doorgebladerd. Ik had haar boek genoteerd, omdat ik het graag wilde lezen.
Ik mailde terug en sloot mijn mail af met ‘Ben jij trouwens niet die Tatjana die een boek heeft geschreven?’.

Een maand later zat ik bij haar aan de keukentafel om met haar in gesprek te gaan. Niet over de behoefte aan meer positieve media aandacht voor dikke mensen, – hoewel ik dit even belangrijk vind – maar om te praten over haar liefde voor lezen, het schrijverschap, de kracht van verhalen en literatuur. Dit keer LEES EEN BOEK met Tatjana Almuli!

C: Opruimgoeroe Marie Kondo categoriseert elk papiertje, kledingstuk, boek, technisch apparaat en meubelstuk door zichzelf de vraag te stellen ‘does this item spark joy?’ Welk boek ‘sparks joy’ voor jou op dit moment?
T: Oei. Goede eerste vraag.
C: Bedankt.
T: Ik vind Sally Rooney geweldig.
C: Oh ja, Sally!
T: Ik zou willen dat ik een ander antwoord had. Rooney wordt gezien als ‘de schrijver waar millennials gek op zijn’, maar ja, ik ben nou eenmaal gek op haar en vind haar werk fantastisch.

ibiza.png

C: Het ís ook fantastisch.
T: Ja, het ís ook fantastisch. Ze schrijft zo moeiteloos.
C: Terwijl het juist heel lastig is wat ze doet.
T: Totaal! Maar daarom des te knapper, haar werk is niet gekunsteld. Tijdens het lezen voelt het alsof je een gesprek hebt met een goede vriend of vriendin.
C: Vond je Gesprekken met vrienden of Normale mensen beter?

T: Gesprekken met vrienden, terwijl de publieke voorkeur eerder uitgaat naar Normale mensen. Ik vond de karakters in Gesprekken met vrienden boeiender en ik vond het verhaal sterker.
Ik denk nog geregeld terug aan het boek, terwijl ik het meer dan een jaar geleden heb gelezen. Ik vond het trouwens ook tof dat de schrijfster geen gebruik heeft gemaakt van aanhalingstekens. De literaire wereld leek hier juist over te vallen. Het werd weggezet als aanstellerig millennial gezeik. Dat vind ik zonde, want Rooney probeert tenminste iets anders. Dat ze dit met haar debuut probeert toont lef.
C: En bovendien; het werkt.
T: Ze wint veel literaire prijzen, maar desondanks blijft er een discussie of haar werk nou eigenlijk wel deel uitmaakt van de literatuur.
C: Waar zou het anders toebehoren? Het is geen lectuur.
T: Ik merk sowieso dat er in de boekenwereld een distinctie is tussen ‘de jonge schrijvers’ en de ‘oudere schrijvers’. Je moet als jonge schrijver je stem en plek verdienen, zodra je iets nieuws probeert is hier al gauw commentaar op.

C: In je boek komt een aantal keer naar voren dat je als kind veel las. Hoe is die liefde voor boeken ontstaan? Wat was het eerste boek waar je verliefd op werd?
T: Mijn ouders hielden veel van kunst en cultuur; we hadden thuis een enorme boeken- en cdkast. Mijn favoriete boek was Matilda van Roald Dahl.  
Ik heb het tientallen keren herlezen, zelfs nog tijdens mijn adolescentie.
C: Die van mij ook!
T: *Lacht* Echt? Ik vind Dahl sowieso briljant. Ik vond die underdog positie van Matilda heel sterk beschreven. En ik vond het nog mooier dat Matilda geen moment een slachtofferrol aannam.
C: Het tegenovergestelde.
T: Ja, uiteindelijk owned ze die shit. Ik vond het zo’n menselijk verhaal. Wat ik trouwens ook heel fijn vond aan Matilda is dat je niet wordt aangesproken als een kind door de schrijver, je wordt gezien als gelijke.

C: Lees je nu nog veel?
T: Hmm. Ik heb het afgelopen jaar weinig gelezen, omdat ik bezig was met mijn boek. Dat was een proces dat veel van me vroeg; ik werkte vier dagen per week en schreef tussendoor. Tijdens mijn kostbare vrije momenten had ik geen energie en concentratie om een roman te lezen. Daarom las ik voornamelijk poëzie.
C: Welke poëzie las je?
T: De bundels van Rupi Kaur. Merendeels van haar gedichten vind ik afgezaagd en clichématig, maar een aantal van haar poëems weten me op een manier te raken, dat andere dichters nog niet is gelukt. Ik vind het fijn om Milk and Honey en The Sun and Her Flowers bij me te hebben tijdens het schrijven.
C: Heb je iets aan haar werk gehad tijdens je schrijfproces?
T: Op zekere hoogte wel. Ik vond het vet dat haar boeken in fases zijn opgedeeld. Zo begint Milk and Honey bijvoorbeeld met de fase the hurting en eindigt met the healing. Mijn boek is in zekere zin ook in fases onderverdeeld, dat heb ik onderbewust van haar overgenomen.
C: Vet. Heb je trouwens wel eens het gesprek gezien tussen Rupi Kaur en Emma Watson?
T:  Nee! Ik ben gek op Emma Watson. Ik ga het meteen opschrijven, zodat ik het straks kan kijken.

C: In Knap voor een dik meisje schreef je over Het Boek Dina. Je las dit tijdens je depressiviteit. Wat was het aan dit boek dat je door die tijd hielp?
T: Het was een dik boek, mijn concentratie was in die periode slecht, waardoor ik er langer over deed dan normaal. Dit bood een zekere veiligheid; ik kon me voor een paar weken aan het boek vastklampen. Het verhaal gaat over een vrouw die in haar kinderjaren per ongeluk de dood van haar moeder veroorzaakt heeft. Ze wordt verstoten door de mensen om haar heen en leeft in een isolement. Je zou zeggen dat dit niet het juiste boek is om te lezen voor iemand met een depressie, maar het was juist fijn. Er was veel herkenning en ik voelde me minder alleen. De hoofdpersoon gebruikte bijvoorbeeld muziek en kunst om haar lijden te verlichten. Ik heb muziek, kunst en boeken ook gebruikt als overlevingsmiddel in bepaalde periodes.

knap voor.JPG


C: Je wilde aanvankelijk het theater in. Uiteindelijk ben je gaan schrijven, heeft de liefde voor schrijven, de liefde voor theater overgenomen of is het iets dat naast elkaar bestaat?
T: Het schrijven is er inderdaad voor in de plaats gekomen. Door te zingen ontwikkelde ik meer zelfvertrouwen; ik was er goed in en ik werd door mijn docenten gestimuleerd om me verder te ontwikkelen. Ik schreef ook graag; dagboeken, korte verhalen, gedichten. Maar het bleef een beetje een ondergeschoven kindje; het schrijven bood niet die zogenaamde veilige haven, zoals zingen dat deed.
C: En dit veranderde na de negatieve ervaringen tijdens de audities die je in je boek beschrijft?
T: Klopt. Vanaf dat moment – ik was toen een jaar of eenentwintig – ben ik me gaan storten op het schrijven.
C: Ontstond toen ook meteen de wens om een boek te schrijven?
T: Ik wilde vanaf mijn kindertijd al een boek schrijven, dat was een droom, maar niet per se een doel. Ik werkte er niet naartoe, zoals ik dat wel had gedaan met muziek en theater.
C: Hoe is het boek uiteindelijk tot stand gekomen?
T: Ik heb aan Obese meegedaan en ben toen zestig kilo afgevallen. De maanden die er opvolgde kwam ik in een korte periode veel aan. Ik schaamde me hier enorm voor en wist niet goed hoe ik ermee om moest gaan. Op een bepaald moment besloot ik erover te schrijven.
C: Je besloot een boek te schrijven?
T: Nee, dit idee kwam pas later. Ik dacht in eerste instantie aan een blog, hoewel ik daar niet bijzonder veel zin in had. Ik heb altijd veel last gehad van schaamtegevoelens. Het helpt mij om deze gevoelens te doorbreken door rigoureus naar buiten te treden met mijn probleem. Daarom heb ik in het voorjaar van 2018 een Instagram post geplaatst, waar ik schreef over deze gevoelens. In datzelfde bericht heb ik benoemd dat ik hier een boek over zou willen schrijven. De post ging viral en websites als VICE en LINDA pakten het bericht op. Vlak daarna kreeg ik van drie uitgeverijen een mail.
C: Wauw!
T: Ik heb zelf altijd het idee gehad dat ik eerst een manuscript moest hebben, dat ikzelf bij uitgeverijen moest aankloppen en op bijna smekende wijze mijn werk moest presenteren, in de hoop dat ze er iets inzagen.
C: Dat is vaak ook zo.
T: Ja! Het voelde heel onwerkelijk.

Misschien.JPG

C: Wat lees je nu?
T: Ik ben nu voor de duizendste keer maar weer begonnen aan Een klein leven van Hanya Yanagihara.
C: Oh god.
T: Dat is een boek waar je ruimte en concentratie voor nodig hebt. Het boek bevat veel verhaallijnen die door elkaar lopen. Iedere keer dat ik in het boek begon bleef ik ergens op pagina honderd hangen.
C: Wil je dan niet gewoon opgeven en beginnen aan een ander boek?
T: Normaal doe ik dat wel. Maar dit boek wil ik graag uitlezen, ik heb er zoveel positieve verhalen over gehoord.

C: Wie is je favoriete schrijver?
T: Ik lees best wel gefragmenteerd en in fases. Ik kan niet echt idolaat worden van een schrijver en voel niet snel de behoefte om alles van iemand te lezen.
C: Van niemand?
T: Nou ja, ik vind Connie Palmen fantastisch als schrijver en als mens. Ze is heel eigengereid en dat vind ik tof. In mijn puberteit had ik een fase waarin ik veel van Jan Wolkers las. Ik heb Turks fruit toen wel zes keer gelezen, maar vind zijn werk nu te vrouwonvriendelijk. Vorig jaar had ik een Sally Rooney-fase en een Rupi Kaur-fase. Oh, en Maya Angelou vind ik echt geweldig.
C: Oh ja. Maya Angelou. De berusting van die vrouw. Ik heb vaak haar stem in mijn hoofd. Zoals de zin “When you know better, you do better.” Inspireert ze je eerder als schrijver of als mens?
T: Beide. Ze inspireert me als schrijver, maar in de eerste plaats als mens. Ik vergeet trouwens Lena Dunham helemaal. Zij inspireert me ook eerder in wie ze is, dan in haar werk. Ze is zo onbeschaamd, ik kijk daarin tegen haar op.

C: Ik heb een boekenplank waar mijn ‘comfort books’ op staan. ‘Comfort books’ kun je vergelijken met ‘comfort food’. Het zijn de boeken waar ik naar terugkeer als het leven even te ingewikkeld is. Vooral wanneer er veel veranderingen plaatsvinden in mijn leven, vind ik het fijn dat die boeken tenminste altijd hetzelfde blijven, dat ik weet hoe de verhalen aflopen. Wat zijn jouw ‘comfort books’?
T: Ik heb twee planken met comfort books. Daar staat onder andere de Biografie van Frida Kahlo op, Kahlo is mijn boegbeeld. Er staat Turks fruit op van Wolkers, De meisjes van Emma Cline, de boeken van Sally Rooney en dichtbundels van Kaur.
C: Een mooie lijst.
T: Er staat trouwens ook altijd een klassieker op die ik nog niet heb gelezen. Ik wil bijvoorbeeld heel graag Catcher in the Rye lezen, dus die staat ook op de plank.

C: Oké, laatste vraag. Welke drie boeken moeten al mijn volgers lezen?

T: Wat een lastige vragen allemaal. Ik moet er even over nadenken, ik wil een hele goede keuze maken.
C: Dat snap ik, neem je tijd.
T: Het Boek Dina staat op nummer één. Ik denk dat veel mensen iets aan dit boek kunnen hebben. Op nummer twee staat De Interessanten van Meg Wolitzer en op nummer drie Vergeet de meisjes van Alma Mathijsen.

Tatjana Almuli (1991) debuteerde in april 2019 met haar boek Knap voor een dik meisje bij uitgeverij Nijgh en Ditmar. Tatjana heeft Nederlands gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is in 2017 afgestudeerd in de richting Moderne Letterkunde, met de minor Journalistiek. Ze heeft gewerkt op de PR, Marketing & Sales afdeling van Uitgeverij Rainbow. Tatjana is momenteel werkzaam als freelance fotograaf en schrijver. Ze schrijft onder andere voor Cosmopolitan en Glamour. Ze woont samen met haar vriend in Amsterdam.

 

de boeken uit het gesprek met Tatjana