LEES EEN BOEK met Daniël van der Meer

Daniel van der Meer.JPG


Jarenlang werd de boekenwereld door de blauwe webreus gedomineerd. Dit resulteerde in minder bezoekjes aan de boekwinkel. Gemak werd verkozen boven de boekhandelaar en steeds meer boekwinkels moesten hun deuren sluiten. Tot grote frustratie van veel boekenliefhebbers. Toine Donk en Daniël van der Meer – uitgevers van Das Mag – vonden dat er een online alternatief moest komen en bedachten Bookaroo: een webshop die boeken aanbiedt van de lokale boekhandel.

Op 3 juli ging de site live, tot grote vreugde van veel schrijvers, boekhandelaren en lezers. Maar Bookaroo staat ze voor een lastige taak: de eerste twee weken moeten er tienduizend boeken verkocht worden. Is dit niet gelukt op 17 juli? Dan gaat de stekker eruit. 

Een aantal dagen na de lancering ging ik bij Daniël langs en sprak met hem over Bookaroo, de kracht van humor in literatuur, zijn favoriete boekwinkel en onze gedeelde liefde voor The Great Gatsby. Dit keer LEES EEN BOEK met Daniël van der Meer!

D: Ik zag op Instagram dat je vandaag je bestelde boek binnen had gekregen, Rachel Cusk toch?
C: Ja! Ik had Transit besteld en hij werd opgestuurd door een boekhandel uit Zeist. Bij mijn boek zat een leuk, handgeschreven briefje van de boekhandelaar zelf. Hoe werkt Bookaroo eigenlijk?
D: Wanneer jij een boek bestelt, zal de dichtstbijzijnde boekhandel het eerste uur een melding krijgen. Wanneer zij hem niet hebben zullen meer boekhandels in de buurt bericht krijgen. Heeft ook dan niemand hem? Dan zal het verzoek landelijk uitgaan.
C: Ah.
D: Het is natuurlijk niet per se nodig dat jouw boek helemaal vanuit Zeist wordt geleverd; je woont in Amsterdam en er zijn hier genoeg boekwinkels. Aan de andere kant maakt het natuurlijk eigenlijk niet heel veel uit welke lokale boekhandel je steunt. 
C: Bookaroo is nu iets meer dan een week live, hoe gaat het tot nu toe?
D: Goed. We hebben bijna vijfduizend boeken* verkocht. We hebben onszelf ten doel gesteld om tienduizend boeken te verkopen binnen de eerste twee weken. Wanneer we dat gezette doel halen, zullen we doorgaan met Bookaroo. Het is erg spannend voor ons of we dat getal gaan halen.
Ik vind het mooi om te zien dat sommige boekhandelaren op de fiets stappen om het boek aan de klant af te leveren. Andere doen meteen wat boeken in de bus, wanneer ze even een wandelingetje maken. 
C: Je krijgt daardoor dat intieme, dat persoonlijke, dat wat zo mist bij bol.com
D: Bookaroo moet er uiteindelijk ook voor zorgen dat de lezer weer kennis maakt met de boekhandel in de buurt. Stel dat je minder met boeken bezig bent en je krijgt jouw boek opgestuurd van de boekwinkel om de hoek – terwijl je niet van het bestaan van die winkel wist – ga dan de volgende keer vooral daar je boek kopen.
C: Maar als je wel online bestelt…
D: Bestel dan bij ons en niet bij Bol.

Daniel van der Meer Boekenkast.jpg

C: In 2016 raakte Das Mag in de clinch met Bol. Als gevolg werden jullie boeken niet meer verkocht bij de webreus. Toch zag ik een paar maanden geleden – vlak voor de lancering van Bookaroo – voorbij komen dat jullie boeken nu weer te koop zijn bij de webgigant. Hoe is dat gegaan?
D: Als uitgeverij bestaan we nu ruim drie jaar. In het najaar van 2015 kwam het eerste boek bij ons uit: Er moet iets gebeuren van Maartje Wortel. In januari 2016 publiceerden we Het Smelt van Lize Spit. Tot onze grote verrassing wist Lize wekenlang de bestsellerlijsten van Vlaanderen en Nederland te domineren. 
C: Wauw.
D: Bol vond ons toen opeens interessant en besloot aan de hand van dit succes andere afspraken te willen maken met ons.
C: Wat zijn dat voor afspraken?
D: Dat gaat om het percentage dat ze per verkocht boek krijgen. Dat krijgt elke boekhandel natuurlijk en dat is alleen maar goed, maar wel als daar iets wezenlijks tegenover staat: kennis van zaken, een mooie winkel, een plek om schrijvers te ontmoeten. Bol doet dat niet, heeft zelfs geen eigen magazijn en pakte het met ons ook nog eens tamelijk lomp aan: het was hun aanbod slikken of ze zouden de Das Mag-boeken van de site halen. Onze reactie daarop was: doe dan maar. 
C: En zo ontstond Bookaroo?
D: Eigenlijk wel. Bol heeft een monopoliepositie op online verkoop. Omdat het zo makkelijk is. Die eenvoud van online bestellen op een plek en weten dat een echte boekhandel het boek verkoopt, is het idee achter Bookaroo. Maar goed, daar zijn we dus ook wel drie jaar mee bezig geweest. 

C: Wat is jouw favoriete boekwinkel?
D: Hmm. Daar moet ik even over nadenken.
C: bol.com.
D: *Lacht*.
Ik vind Athenaeum erg fijn, daar heeft Toine (medeoprichter van Das Mag en Bookaroo) trouwens gewerkt. Ze verloten er jaarlijks boekenbalkaartjes onder de medewerkers en op een dag had Toine een van de schaarse kaartjes te pakken. Ik was samen met mijn moeder op het boekenbal. Die avond hebben Toine en ik elkaar leren kennen. 
C: Wat leuk! Hoe ging dat dan?
D: Toine had toentertijd een podcast: Literaturfest. Samen met Ernst-Jan Pfauth en Tim de Gier besprak hij maandelijks een boek. Podcasts waren toen nog niet zo hip als nu en er luisterden zo ongeveer dertig mensen naar. Ik was een van die dertig mensen.
C: Ah. 
D: Ik liep indertijd stage bij het debatcentrum De Rode Hoed en speelde al langer met het idee om een een literatuurprogramma te verzorgen. Op de avond van het boekenbal ben ik op Toine afgestapt. Ik legde mijn idee van het literatuurprogramma aan hem voor en hij antwoordde: ‘Goed idee, maar laten we dan ook een literair tijdschrift maken.’
C: Das Magazin.
D: Ja, Das Magazin. Volgens mij zijn er – wanneer je begin twintig bent – best veel dronken avonden waar je grootse toekomstplannen maakt. Maar deze twee ideeën – van Literaturfest een live literatuurprogramma maken en het opzetten van een literair tijdschrift – bleven de weken erna nog even overtuigend.
C: Het feit dat jullie beide ideeën hebben uitgewerkt én dat deze slaagde is best bijzonder. Doet Athenaeum trouwens ook mee met Bookaroo?
D: Nee, ze hebben zelf een hele goede webshop, dus dat is niet per se nodig. Toch hoop ik dat ze meedoen, want ik denk niet dat het een het ander hoeft uit te sluiten.
Een andere favoriet is Pantheon Boekhandel, zij zitten vlakbij het Das Mag kantoor. 
C: Waarom is dat je favoriet?
D: De mensen zijn erg aardig en ze weten duidelijk wat ze verkopen. Ze hebben geen gigantische selectie maar daardoor wel een overzichtelijk aanbod. En hun smaak komt overeen met die van mij.

Boeken - Bookaroo.jpg

C: Je hebt politicologie gestudeerd, een hele andere richting dan literatuur. Hoe is jouw liefde ontstaan voor het boekenvak?
D: Best laat eigenlijk. Als kind las ik wel, maar ik deed liever andere dingen. Toen ik elf werd stond er op mijn verjaardagslijstje: ‘het liefst geen boeken’.
C: *Lacht*.
D: Ik heb in Brussel gestudeerd en zat in de redactie van het studentenblad. Ik schreef en ik redigeerde, daardoor kwam ik erachter dat ik dat laatste enorm leuk vond.
C: Wat vond je er zo leuk aan?
D: Dat je zo duidelijk kon zien dat je een negen kon maken van een stuk dat eerst nog een zes was.
De schrijvers die ik nu bij Das Mag begeleid, kunnen ook gewoon veel beter schrijven dan ik. Dat is een heel prettig idee. Volgens mij is er niets zo erg als een gefrustreerde redacteur die tijdens zijn werk vol furie door het werk aan het strepen is en denkt: ‘ik had dit boek moeten schrijven.’
C: *Lacht*. Dat was het geval bij Raymond Carver en zijn redacteur, Gordon Lish, toch?
D: Klopt. Lish heeft van alles aangepast en weggehaald. Dat lijkt me een akelige situatie voor beide partijen. Tijdens mijn studietijd begon ik interviews te schrijven voor De Groene Amsterdammer. Samen met Daan Heerma van Voss mocht ik oudere schrijvers interviewen. Voor deze interviews moest ik me langere tijd in het werk van deze schrijvers verdiepen. Ik had tot die tijd helemaal niet zo veel gelezen, ik studeerde natuurlijk ook geen Nederlands, dus tijdens dat project heb ik een enorme inhaalslag gemaakt. De eerste twee geïnterviewden waren Hans Keilson en Hella S. Haasse, die allebei vlak na ons interview overleden. Dat maakte het best lastig om een derde gast te vinden...
C: Dat maakt de situatie inderdaad wat ingewikkeld.
D: Daan en ik hebben voor dat project De Tegel gewonnen, een journalistieke prijs. Daar was ik heel blij mee, want het was nog best lastig om iets nieuws te weten te komen van deze oude schrijvers en ervaren geïnterviewden.
C: Dan hebben jullie dat wel heel goed gedaan. Wat was jullie tactiek?
D: Het hielp dat ik het samen met Daan deed; we konden van gedachten wisselen en overleggen. Het hielp ook dat de schrijvers het leuk vonden om door jonge mensen geïnterviewd te worden en het leek dat ze ons graag iets nieuws wilde vertellen. Maar, dé truc was om twee keer langs te gaan. De auteurs waren op leeftijd, waardoor ze niet meer in staat waren om urenlang te stil te zitten en te praten. Dus besloten we het in tweeën op te delen. Tussen onze afspraken gingen ze reflecteren op het eerste gesprek. In het tweede gesprek kwamen ze dan terug op bepaalde uitspraken en antwoordde ze minder op de automatische piloot.

C: Hoe kom je erachter welke boeken je wilt lezen?
D: Doordat ik in de boekenwereld zit ken ik veel mensen die schrijver of redacteur zijn. Wanneer iemand een nieuw boek uit heeft of als het boek te koop is waar een vriend of goede kennis aan heeft meegewerkt, wordt er min of meer verwacht dat je dit leest.
C: Ja, je komt toch minder goed voor de dag wanneer je zegt: ‘Oh ja, dat is waar ook, je hebt een nieuw boek. Nee, ik heb het nog niet gelezen. Ik was een beetje druk, het nieuwe seizoen van Stranger Things is uit en ik heb nog best wat boeken liggen die ik eerst moet lezen. Maar vet man, gefeliciteerd met je boek. Heb je er een beetje goede reacties op?’
D: *Lacht*. ‘Sorry er waren heel veel leuke voetbalwedstrijden die ik moest zien.’
C: *Lacht*. In normale vriendschappen wordt het niet geaccepteerd wanneer je iemands verjaardag vergeet. Jij moet ervoor zorgen dat je elke verjaardag onthoudt én de boeken van al je vrienden en kennissen leest.

C: Wie is je favoriete auteur?
D: Gerard Reve. Werther Nieland is mijn favoriete boek. De verteller is een 11-jarig jongetje en dat heeft hij op zo’n goede manier gedaan. Reve schrijft met veel humor en heeft een gigantisch taalgevoel. Dat is erg zeldzaam; mensen met zo’n taalgevoel willen dit vaak tot uiting brengen in zware, serieuze proza. Dat is knap, maar het is knapper om het speelse in een tekst te houden.
C: Zeker.
D: Ik las in een van je andere interviews dat je David Sedaris graag leest. Hij is ook iemand die dat ongelooflijk goed kan. Toch onderschatten mensen hem, ze denken algauw: ‘het is grappig dus hoeveel kan het nou eigenlijk voorstellen?’
C: Hij heeft een enorm taalgevoel. Daarnaast weet Sedaris als geen ander van het een naar het andere onderwerp over te gaan en doet dit op een hele organische manier. Zo begint hij in zijn boek Calypso een verhaal met de zin ‘In late May 2013, a few weeks shy of her fiftieth birthday, my youngest sister Tiffany committed suicide.’ Je verwacht dan niet dat je een alinea later moet schuddebuiken van het lachen, toch is dit wel zo. 
D: Ja. Ik vind Annelies Verbeke trouwens ook steengoed. Haar verhaal De rattenvanger is hilarisch.

Boekenkast - Bookaroo.jpg

D: Er was trouwens nog een boek dat ik je graag wilde laten zien, maar ik kan het niet vinden. Dit is vaker zo: de boeken die ik heb gelezen blijken – wanneer ik ze nodig heb – verdwenen.
C: *Lacht* Waar gaan ze dan heen? 
D: Geen idee. Ik verlies ze vast bij een verhuizing of ik leen ze uit en vergeet vervolgens aan wie ik ze heb uitgeleend.
C: Dat is altijd een vervelend moment. Welk boek wilde je me laten zien? 
D: De biografie van Maxwell Perkins. Ik herinner me nu dat hij bij Isabel ligt, een redacteur bij Das Mag die het vak aan het leren is. Ik heb het haar uitgeleend omdat het een fantastisch boek is om te leren hoe je redacteur moet zijn. Perkins was de redacteur van onder andere Hemingway en Fitzgerald.
C: Oh ja, de beste vrienden.
D: Dit was in de jaren twintig. Het vak van redacteur bestond toen nauwelijks. De ‘redacteur’ was voornamelijk verantwoordelijk voor de spellingscheck en het printen van het werk. Dat kon toen ook; de schrijvers waren toen ervaren en hadden nauwelijks redacteuren nodig. Of ze waren oud en bokkig en lieten zich niet redigeren. Hemingway en Fitzgerald kwamen uit een ander soort milieu dan de schrijvers voor hen en zouden eigenlijk geen schrijver worden. Perkins zag hun kunde en moedigde ze aan om te schrijven en begeleidde hen hierin. Zodoende ontwikkelde zich het vak van redacteur tot wat het nu is.
C: Oh wauw.
D: In de jaren zestig kwam het woord ‘redacteur’ pas in de Nederlandse van Dale te staan, met de betekenis die we nu kennen.  

C: Je hebt een uitgeverij en nu ook een online boeken webshop. Je begeeft je in de literaire kringen. Heb je nooit even geen zin om te lezen?
D: Vaak genoeg, maar ik heb het geluk dat ik het lezen vrij goed kan combineren met bijvoorbeeld het kijken van een voetbalwedstrijd.
C: *Lacht*. Hoe doe je dat?
D: Kijk, het moet niet de spannendste wedstrijd van het jaar zijn. Maar het geluid van een voetbalwedstrijd fungeert als achtergrondgeluid.
C: Ruis.
D: Zoiets. Wanneer ik redigeer luister ik graag naar muziek.
C: Naar welke artiesten luister je?
D: Philip Glass. Ik hoor van veel schrijvers dat zij dit ook luisteren tijdens het schrijven. Er zou eens een een onderzoek gedaan moeten worden naar de invloed van Philip Glass op het brein van schrijvers en redacteuren

C: Als je zelf een boekwinkel zou beginnen, hoe zou deze er dan uitzien?
D: Tim de Gier (van Literaturfest) wilde ooit een boekwinkel beginnen. Hij had het idee om een winkel te beginnen dat grotendeels bestaat uit tweedehands boeken. We zouden mensen met een goede boekensmaak de vraag stellen: als je deze boekenkast mag vullen met twintig boeken, welke moeten er dan staan?
C: Vet!
D: Dan krijg je een plank met ‘De smaak van chef boeken van NRC’ of ‘De boeken van Boeken Fm’. Wie zou jij vragen om een plank te vullen?
C: Wanneer ik een schrijver goed vind, zoek ik op wie de favoriete schrijvers of inspiratiebronnen zijn van die auteur. Dan ga ik die boeken lezen. David Sedaris is bijvoorbeeld groot fan van Joy Williams, Joan Didion, Alice Munro en Tobias Wolff. Zij vallen nu onder mijn favoriete schrijvers.

Daniel-van-der-Meer.JPG

C: Welk boek heeft jou het meest gevormd?
D: De Joodse messias van Arnon Grunberg heb ik op een cruciaal moment gelezen; ik was achttien en woonde in Madrid. Het was heel prettig om een boek te kunnen lezen in de metro van een stad waar ze jouw taal niet spreken. Niemand gluurt met je mee of veroordeelt je voor jouw boekkeuze. Hoewel het woord ‘messias’ vrij universeel is.
C: En ze kunnen dan, in de combinatie met ‘messias’, van ‘Joodse’ vast ook wel iets maken.
D: *Lacht*. Ja.
Dit was in 2004, ten tijde van de moord op Theo van Gogh. Dit was wereldnieuws en ook in Madrid werd erover gesproken. Het was best vreemd om zo ver weg te zijn van Amsterdam en deze gebeurtenis op afstand mee te maken. Ik las De Joodse messias heel monomaan. Het was ook het eerste boek dat ik voor mijn plezier las en juist omdat ik het op zo’n doorslaggevend moment las, heeft het me gevormd. Hoewel ik niet zo goed weet op welke manier; misschien is mijn liefde voor literatuur en taal toen ontstaan.

C: Oké, laatste vraag. Welke drie boeken moet iedereen bij Bookaroo bestellen?
D: Werther Nieland van Gerard Reve, 1001 Vrouwen van – disclaimer - mijn moeder, Els Kloek. Ze is historica en het boek bestaat uit duizend-en-een korte biografietjes van de belangrijkste vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis.
C: Die ga ik op mijn lijstje zetten.
D: Mijn derde is The Great Gatsby van Fitzgerald.
C: Ah, dat is ook mijn favoriet. Wat vind je zo goed aan het verhaal?
D: Ik zag de verfilming toevallig een paar dagen geleden en het viel me weer op hoe ongelooflijk slim het verhaal is. Sommige dialogen of vertellingen zijn letterlijk uit het boek overgenomen en dit zijn ook meteen de sterkste scènes. 
C: Wat is jouw favoriete dialoog of zin?
D: Ik vind de eerste zin prachtig. 
Om even terug te komen op Perkins; in The Sons of Maxwell Perkins zijn de brieven gebundeld tussen Fitzgerald en hem. Aan de hand van deze brieven kom je te weten hoe The Great Gatsby tot stand is gekomen. Zo schreef Perkins in een van zijn brieven: ‘Gatsby is somewhat vague. The reader’s eye can never quite focus upon him. Could you add one or two characteristics like the use of the phrase ‘old sport’? The other point is also about Gatsby’s career. It has to remain mysterious of course. But couldn’t he be seen once or twice consulting with people at some sort of mysterious significance?’
C: Heeft Perkins ‘Old sport’ bedacht?
D: Nee, dat zat er wel al in, maar slechts één of twee keer. Door Perkins is het uitvergroot en is het een karaktertrek geworden van Gatsby die enorm goed werkt.  Kun je je herinneren dat Gatsby een paar keer in z’n oor wordt gefluisterd dat Chicago aan de lijn is? Dat heeft Fitzgerald toegevoegd aan het verhaal, aan de hand van de brief van Perkins.

Daniël van der Meer (1985) studeerde Politicologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Tijdens zijn studietijd schreef hij o.a. voor De Groene Amsterdammer. In 2009 bundelden van der Meer en Daan Heerma van Voss hun interviewreeks ‘De Kloof’. In 2010 organiseerde hij Literaturfest met Toine Donk, Ernst-Jan Pfauth en Tim de Gier. In 2011 richtte van der Meer het literair tijdschrift Das Magazin op met Toine Donk. Das Magazin werd in 2015 Das Mag: een uitgeverij, waar hij sindsdien, samen met Toine Donk, uitgever is. In 2016 bedachten Donk en van der Meer de boeken webshop Bookaroo. Bookaroo werd op 3 juli 2019 gelanceerd.

*Inmiddels zijn er 7000 boeken verkocht, Nog 3 dagen te gaan! Heb je Nog een boek nodig? Bestel dan vooral – juist nu – via Bookaroo

 

de boeken uit het gesprek met Daniël