Even over klassiekers...

e36d74171c4e8f3d282529f6d7d04888.jpg

’Even over Lolita,’ stuurt een boekenclub-vriendin via Whatsapp. ‘Heb jij dat boek gelezen? Mijn goede voornemen voor dit jaar is meer klassiekers lezen. Er wordt altijd over deze boeken gezegd dat je de verhalen moét kennen en ik wil mee kunnen praten.’

Tijdens de studie Journalistiek moesten we ons de laatste twee jaar specialiseren. Hoewel het ons, studenten, in elk college ten zeerste werd afgeraden - ‘er valt niets te verdienen in het schrijversvak, als je slim bent specialiseer je je in crossmediale media’ - koos ik voor de minor Creatief Schrijven. De minor werd afgetrapt met een schrijftweedaagse in de duinen van Schoorl. We moesten daar - je raadt het al - twee dagen schrijven. We sliepen in stapelbedden. Leerden de basisregels - show, don’t tell!’ - van het vak. Aten witte bolletjes met vruchtenhagel als ontbijt.

Gaar van het schrijven, liep ik na de eerste lunch naar buiten. Ik streek neer op een wit plastic tuinstoeltje en omdat ik toen nog een infantiele student was die roken romantiseerde, stak ik een sigaret op. Verderop stond een groepje klasgenoten onder wat bomen. ‘Ja, maar Bukowski schrijft zo stilistisch,’ hoorde ik één van de jonge vrouwen zeggen. Ze had twee vlechten samengebonden op het midden van haar hoofd. ‘Net als Fitzgerald, Salinger en Nabokov.’ Ze nam een trekje van haar sigaret en zei toen op een pedante toon: ’Ik vind eerlijk gezegd dat het lezen van deze werken bij je culturele opvoeding hoort.’

De schrijvers kende ik, maar eerder als vage bekenden waar ik af en toe over hoorde op verjaardagsfeestjes. Nu voelde ik opeens de druk en verwachting om iets van deze schrijvers te weten. Daarom worstelde ik me de rest van het studiejaar door klassiekers heen. Ik las Kerouac, telde elke vijf minuten hoeveel bladzijden van Franny and Zooey ik nog moest en kwam niet verder dan het eerste hoofdstuk van Lolita.

Twee jaar later, tijdens de afstudeerborrel stond ik een glas wijn in te schenken. Op steenworp afstand stond hetzelfde groepje - nu oud - klasgenoten over cultfilms te praten. Iedereen was het er unaniem over eens dat je bepaalde films gezien moést hebben.
‘Dat hoort gewoon bij je culturele opvoeding,’ zei het meisje met de vlechten.

Op de fiets naar huis dacht ik aan Salinger, Nabokov, Fitzgerald en Kerouac. Aan hoe ik veel liever literatuur had gelezen die - hoewel geen klassiekers - me iets had laten voelen. Vervolgens dacht ik aan mijn eigen culturele opvoeding en aan hoe ik deze - nu volwassen en afgestudeerd - zelf vorm kon geven en besloot me nooit meer met tegenzin door boeken heen te worstelen, puur en alleen omdat anderen zeiden dat het moest. Vanaf nu zou ik alleen nog literatuur lezen waarbij het zou voelen alsof de schrijver z’n hand naar me uitsteekt, terwijl hij zegt: ‘hey, ik snap het. Je bent hier niet alleen in. Ik zal je laten zien hoe het voor mij voelt, misschien dat het helpt om jezelf en de wereld om je heen beter te begrijpen.’ Boeken zoals Half of a Yellow Sun van Chimamanda Ngozi Adichie, De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafón en Just Kids van Patti Smith.

Thumbnail picture by Unknown