Guest Writer: Een pleidooi voor de pulproman

Door: Anke Vandoolaeghe 

63c960eea4feee37849b82582001e6c5.jpg
 

De eerste keer dat ik romantische fanfictie las was me al gauw duidelijk dat ik avonturenverhalen als Harry Potter, aan me voorbij zou laten gaan. In plaats daarvan koos ik steevast voor de romantische versies, het liefst tussen twee personages waarvan je nooit zou verwachten dat hun hart een tel zou stilstaan bij het smachtend staren in elkaars ogen. Draco en Hermelien bijvoorbeeld, graag met veel geruzie vooraf, zodat ik nagelbijtend kon afwachten tot de vonk eindelijk zou overslaan.

Toen ik ouder werd liet ik de fanfictie noodgedwongen achter me. Ik ging taalkunde studeren en raakte ervan overtuigd dat ik Echte Literatuur moest lezen, dus dook ik in elke Murakami en Austen die ik tegenkwam. Boeken die me wel konden bekoren, maar waarin ik mezelf nooit meer heb verloren als in de romannetjes die ik ‘per ongeluk’ meenam uit de bibliotheek en op reis één voor één verslond.

Ik had namelijk al gauw door dat er een verband was tussen het aantal ‘staalblauwe ogen’ in een boek, en het aantal spottende blikken van vrienden en medebewoners. Oftewel: de pulproman is een kunstsoort waar maar al te graag neerbuigend over wordt gedaan. Ik krijg geregeld te maken met mensen die dingen zeggen als: “Dat is toch geen echte lectuur”, “waarom leest een intelligent meisje als jij dat? En dat als leerkracht Nederlands!” of zelfs “dat zoiets gemaakt wordt, ze moesten dat verbieden.”

Maar die boeken doen toch ook een poging om uiting te geven aan emotie? Aan verdomd lastige emoties zelfs. Want wie heeft nog nooit zijn leven geëvalueerd en beseft dat enkele van zijn overtuigingen over zichzelf en de liefde misschien eerder nefast waren dan dat ze bijgedragen hebben aan een waardevol bestaan? Het is dat wat een personage uit een roman de hele dag door doet – vaak nog behoorlijk welbespraakt ook.

Toch valt het gesprek stil als ik onder medelezers vertel dat ik helemaal weg ben van de laatste Lisette Jonkman, Julia Quinn of Charlotte de Monchy. Zelfs de vrouw des huizes – die het hele oeuvre van Quinn in haar boekenkast heeft staan – kijkt me dan met wazige ogen aan als ik over een roman begin. Pas als ik mezelf verbeter en zeg dat ik de laatste Krauss maar magertjes vond, tel ik mee en wordt er naar me geluisterd.

De dames van Smart Bitches Trashy Books, een website die als de heilige graal voor alle romantiek liefhebbers beschouwd kan worden, bewijzen al jarenlang dat ook over boeken met seks (schande!) erudiet gesproken kan worden. Ze doen dat vanuit de – in mijn ogen – meest nobele opvatting die ik al tegenkwam in de leeswereld: een happy ending, een echte, onbeschaamde happy ending, zo één die je achterlaat met een sneller kloppend hard en een diep gevoel van opluchting, is een vorm van zelfliefde. Het is weten dat iedereen – ook dat ene personage met al haar gebreken –het waard is om van gehouden te worden. Ook jij. Ook ik. Het is best moedig om daarin te geloven en het is een les waar ook de literatuurgeleerden wel bij zouden varen. Wat mij betreft is de roman een kunstvorm om te koesteren. We kunnen er immers alleen maar gelukkiger van worden.

 
IMG_4862.JPG

Anke Vandoolaeghe (1993) gaat door het leven als juf, dichter en fervent lezer. Ze deelt haar Oost-Vlaamse Villa Kakelbont met haar vriendin, Victor de kat en een verzameling boeken die zelfs het konijnenhok dreigt over te nemen. Op sociale media deelt ze haar kijk op de wereld onder het pseudoniem Anker, een overblijfsel van een scouts verleden.

 

Thumbnail picture: VIA PINTEREST By UNKNOWN