Boeken en reizen; a love story

boeken-op-markt-Spanje.jpg

Op een zomeravond in 2000 zat ik in kleermakerszit op de grond van de bibliotheek.
Ik zat in het gangpad van de kinderafdeling, om me heen stonden stapeltjes boeken.
Af en toe kwam er iemand het gangpad inlopen, keek even naar de boeken, dan naar mij, en stapte vervolgens over me heen.

‘Boeken en Reizen; a love story’ is geschreven in opdracht van Touristico & gepubliceerd op Touristisco

De volgende ochtend zou ik samen met mijn vader en broer op reis gaan naar Frankrijk. Na het avondeten waren we met z’n drieën naar de bibliotheek gefietst om de nodige boeken in te slaan voor de aankomende maand.
‘Zo, hoe gaat het hier, Lotta?’ vroeg mijn vader, hij kwam aanlopen met twee dikke boeken onder zijn arm. Ik keek omhoog en haalde mijn schouders op.
‘Ik kan niet kiezen en ik mag er maar twaalf lenen.’
‘Maar twaalf?’ vroeg mijn vader lichtelijk spottend, terwijl hij naast me kwam zitten en naar de stapels boeken keek. Ik knikte.
‘En je weet dat je ze allemaal zelf moet dragen?’
Ik knikte weer. Hij pakte een boek van een stapeltje rechts van me en las de achterkant.
‘Hoeveel wil je er meenemen?’
‘Deze allemaal,’ antwoordde ik, gebarend naar de stapels om me heen. ‘Het zijn er achttien in totaal.’
‘Hmmm,’ zei mijn vader fronsend. ‘Je verkeert inderdaad in een lastig parket.’
Gedachteloos legde ik drie boeken op een stapeltje.
‘Ja.’
Zo bleven we tien minuten zwijgend zitten tot mijn broer aan kwam lopen. Hij klemde een stapel dikke boeken met een saaie kaft tegen zijn borst en keek van mijn vader naar mij en toen naar de stapels boeken om ons heen. Zijn ogen sperden wijder open.
‘Ga je die allemaal nemen?’ vroeg hij vol ongeloof.
Ik schudde mijn hoofd en net toen ik op wilde staan boog mijn vader zich naar me toe om te zeggen dat ik de rest van de boeken met zijn bibliotheekpasje mocht lenen.

Vanaf het moment dat ik wist wat boeken waren, wilde ik niets liever dan voorgelezen worden. Toen ik het zat werd om te wachten tot mijn ouders tijd hadden leerde ik mezelf lezen. Ik was toen drie en een jaar later las ik in mijn eentje mijn favoriete boeken. 
Als ik op reis was verdrievoudigde mijn obsessie en las ik zoveel dat ik in een paar zomers alle kinderboeken van de plaatselijke bibliotheek had uitgelezen.

In de jaren na die eerste reis naar Frankrijk, gingen we naar Corsica, eilandhoppen in Griekenland, reisden we een maand door Toscane, ontdekten we Sri Lanka, reden we in een gammel busje door heel Turkije, vlogen we naar Cuba, reisden we met een camper door Canada. We gingen naar Spanje, Portugal, Zweden, Tsjechië, Noorwegen, Denemarken, Ibiza, New York, Engeland en op wintersport naar Frankrijk en Oostenrijk. We overnachtten op campings, in appartementen en hotels. Van tevoren hadden we met z’n drieën een route uitgestippeld, maar we veranderden tijdens de reis vaak van plan. We zaten uren in het vliegtuig, in de auto, bus, trein of op een boot, onderweg naar onze nieuwe bestemming. We hadden zeeën van tijd en om die tijd te doden lazen mijn broer en ik boeken.

Ik weet niet meer welke steden en dorpen we hebben bezocht. Maar wanneer gevraagd wordt welke boeken ik tijdens onze reis door Italië las, hoef ik niet lang na te denken: ik vreesde voor het leven van Dolf uit Kruistocht in spijkerbroek in een museumcafé waar nerveus klinkende klassieke muziek werd afgespeeld en verslond De brief voor de koning terwijl we op zoek waren naar een camping om twee uur ‘s nachts.

In de zomer van 2006 waren mijn broer, vader en ik afgereisd naar Corsica. We zaten op een terras bij te komen van de dag. We hadden vanaf acht uur ‘s ochtends over onverharde bergweggetjes gereden, in een auto waarvan de airco stuk was. Op de tafel voor ons stonden twee glazen ijsthee en een glas witte wijn van mijn vader.
Elk jaar bekeek ik tijdens de eerste week van de reis, nieuwsgierig de stapel boeken die mijn broer bij zich had. Hij was gek op Thea Beckman, Lord of the Rings en geschiedenisboeken waar in detail wordt uitgelegd hoe de guillotine precies werkt. 
Op de kaften stonden vaak kleurloze tekeningen van ruïnes en mensen die ernstig keken.
‘Waar gaat dat over?’ vroeg ik aan mijn broer. 
Hij zat voorovergebogen over een boek van Simone van der Vlugt. Mijn vader zat naast hem een SMS’je te tikken op zijn Siemens C45 en depte het zweet van zijn voorhoofd met een servetje. Over acht dagen zouden we weer terugvliegen naar Nederland en ik was bezig in mijn laatste boek. Ik werd met de dag onrustiger van het idee dat ik nog acht dagen lang in te warme auto’s en treinen moest zitten, zonder te kunnen lezen. De voorgaande zomers had ik mijn broers boeken één voor één ingenomen, waardoor hij zelf op een bepaald moment niets meer te lezen had en elk jaar weer moest ik hem beloven dat ik dit jaar een betere leesplanning zou maken, zodat we elkaar niet aan einde van de reis in de haren zouden vliegen.
‘Dit vind jij niet leuk,’ antwoordde mijn broer bits, zonder op te kijken van zijn boek.

Twee dagen later had ik mijn boek uit. Tijdens de zoveelste autorit keek ik uit het raam. De Franse radio begreep ik niet, de reisgidsen van mijn vader konden me niet lang genoeg boeien en mijn vader en ik waren uitgepraat. Ik verveelde me en begon mijn broer te treiteren.
‘Lotta, hou op met dat gejen,’ zei mijn vader streng, toen hij genoeg had van het gebekvecht van mijn broer en mij. ‘En Daan, geef je zus een boek.’
‘Oké, oké, lees deze maar,’ zei mijn broer geïrriteerd, terwijl hij er één naar me toe gooide vanaf de bijrijdersstoel. Het was een boek van Thea Beckman. Ik bestudeerde de voorkant. Het geheim van Rotterdam stond er in dikke, rode letters. Er waren paarden, ridders en vrouwen met witte kapjes op de kaft afgebeeld.
‘Waar gaat het over?’ vroeg ik, fronsend.
‘Rotterdam.’ antwoordde mijn broer kortaf.
‘Is dat niet saai?’ Het ziet er vet saai uit.’
‘Jij bent zelf saai.’
‘Ik ben niet zo saai als deze voorkant,’ beet ik terug, terwijl ik het boek met tegenzin opende en begon te lezen.

Een paar maanden geleden was ik samen met een vriendin op vakantie in Spanje. 
Anders dan de reizen die ik met mijn vader en broer had gemaakt, verbleven we tijdens deze vakantie op één plek. Dat betekende dat ik mijn meegebrachte boeken kon uitstallen in de slaapkamer van het appartementencomplex. 
Ik zat in kleermakerszit op de grond en was mijn boeken aan het uitpakken toen mijn vriendin de slaapkamer in kwam lopen. Ze had haar haar bij elkaar gebonden in een knot op haar hoofd en droeg een lichtblauw zomerjurkje. In haar hand hield ze een fles water. Ze plofte neer op het bed en ging op haar buik liggen.
‘Hoeveel zijn het er?’ vroeg ze, terwijl ik de achterkant van een boek bestudeerde.
‘Zeventien.’
‘Zeventien voor alleen deze week? Of zeventien voor deze twee weken?’. 
Ik keek op van het boek en probeerde haar te betrappen op een spottende blik, maar ik kon niets spottends ontdekken. Ze keek eerder geïnteresseerd en op een manier die me deed denken aan een biologieles op de havo. Toen had ze aan de leraar gevraagd of dieren weten dat ze moeder worden wanneer ze bevallen, of dat ze absoluut geen idee hebben wat er gebeurt tot hun kind naast ze ligt.
‘Zeventien voor allebei de weken.’
‘Wauw,’ zei de vriendin glimlachend en rolde op haar rug, ‘dit worden vast heel fijne weken voor je.’

Ik stapelde een aantal boeken op elkaar en herinnerde me de avond voor ik op reis ging naar Frankrijk, in de bibliotheek. De dagen ervoor was ik zenuwachtig geweest; het was de eerste keer dat ik alleen met mijn vader en broer op reis ging. Ik wist niet wat ik moest verwachten. Ik kon mijn eigen haar nog niet doen en werd verdrietig van het idee dat ik een maand geen staarten of vlechten kon dragen. Daarom had mijn moeder tientallen kleine staartjes in mijn haar gemaakt, die ze had vastgezet met kleurrijke mini-elastiekjes, die er de hele vakantie in bleven zitten. 
Onderweg naar de bieb had ik mijn adem hoog in mijn borstkas gevoeld en had ik buikpijn van de zenuwen voor de trip, maar toen ik de bibliotheek in was gelopen was dat gevoel langzaam verdwenen.

Tijdens mijn reizen waren boeken mijn ontsnapping aan de werkelijkheid, terwijl ze me ondertussen dichterbij de werkelijkheid brachten. Herinneringen ontstonden aan de hand van de verhalen die ik las en ik nam mijn omgeving meer in me op dan zonder boek. Zo kan ik me nog voor de geest halen welk drankje mijn broer dronk op de boot van Mikanos naar Naxos, terwijl mijn hart gebroken werd omdat Akkie overleed in Achtste groepers huilen niet.
De enige taxirit in New York die ik me kan herinneren, is die waar ik The Girls van Emma Cline aan het lezen was.
Als ik het boek Ik omhels je met duizend armen zie liggen in een boekwinkel waan ik me weer even een zeventienjarige aan het zwembad in Albufeira.
Als ik foto’s terugzie van de zes uur durende treinrit van Ella naar Kandy in Sri Lanka, herinner ik me Harry Potter en de orde van de Feniks en hoe ik tijdens deze treinreis had besloten net zo dapper en stoer te worden als Hermelien.
En wanneer de stem van een NS-medewerker door de stationshal galmt, terwijl ze iets omroept over treinen die van en naar Rotterdam gaan, denk ik aan onze reis naar Corsica en hoe de rust in de auto wederkeerde omdat mijn broer Het geheim van Rotterdam op de achterbank van de auto gooide en ik weer iets te lezen had.

 
My+Post+Copy+(7).jpg